“Neem de anticonceptiepil en kom terug als je kinderen wilt.”
Het is een uitspraak die vrouwen met PMOS vaak te horen krijgen, en waar ik als vrouwgericht osteopaat toch niet echt akkoord mee ga. Niet omdat de anticonceptiepil geen plaats heeft binnen de behandeling van PMOS. Die heeft ze zeker wel (op voorwaarde dat jij hier als vrouw ook achterstaat om deze in te nemen). Het probleem ontstaat als daarmee het volledige behandelplan precies al voor jou is beslist, er geen verder onderzoek of informatie volgt en je ook geen begeleiding of opvolging krijgt.
PMOS is een hormonaal-metabool syndroom waarbij verschillende systemen elkaar beïnvloeden. Twee vrouwen kunnen dezelfde diagnose hebben, maar andere klachten, andere onderhoudende factoren en andere verwachtingen van een behandeling. Dan is het vreemd om te verwachten dat één standaardbehandeling voor iedereen hetzelfde antwoord zou bieden. Een goed behandelplan begint in mijn opinie niet alleen met de vraag: wat kunnen we geven tegen je klachten? Het begint ook met: wat speelt er bij jou, welke factoren kunnen dit beeld onderhouden, wat willen we bereiken en welke combinatie van interventies past daar dan bij?
Symptomen behandelen mag, maar daar hoeft het niet te stoppen
Het controleren van je symptomen kan op een gegeven moment precies hetgeen zijn wat iemand nodig heeft. Die symptoomcontrole kan via verschillende mogelijke pistes, afhankelijk van het symptoom dat je wenst aan te pakken. De internationale richtlijnen beschrijven verschillende behandelmogelijkheden afhankelijk van de klachten en de hulpvraag die jij als vrouw hebt. Hormonale anticonceptie kan bijvoorbeeld ingezet worden bij cyclusstoornissen en klachten door de verhoogde mannelijke hormonen (zoals acne, haaruitval of overmatige haargroei). Of volgens de richtlijnen kan metformine een plaats krijgen wanneer vooral metabole kenmerken op de voorgrond staan. Bij een kinderwens verschuift het behandelplan opnieuw en komen andere interventies in beeld.
Maar hier zit meteen een belangrijke nuance die ik heel graag beter uitgelegd zou zien wanneer de pil bij PMOS wordt voorgesteld: de combinatiepil reguleert je natuurlijke cyclus niet. Ze onderdrukt hem. Ze remt de hormonale communicatie tussen je hersenen en eierstokken en onderdrukt daardoor onder andere je ovulatie. De bloeding die je tijdens een stopweek krijgt, is dan ook geen menstruatie na een natuurlijke cyclus en ovulatie. Je hormonale cyclus wordt tijdelijk van buitenaf overgenomen, en niet vanbinnenuit opnieuw in evenwicht gebracht. En dat kan therapeutisch absoluut nuttig zijn: je ervaart mogelijks minder acne, minder overbeharing of een voorspelbaarder bloedingspatroon. Dat kan voor een vrouw een gigantisch verschil maken in haar dagelijkse leven. Alleen is symptomen onderdrukken iets anders dan een onderliggend proces veranderen. Dat onderscheid vind ik belangrijk.
Deze blog gaat dus niet over voor of tegen de pil zijn. Dat debat vind ik veel te eenvoudig. Het gaat erover dat je weet waarom een bepaald behandelplan wordt voorgesteld, welk probleem het probeert op te lossen, wat je van dat plan precies mag verwachten en waar de grenzen liggen, en welke neveneffecten dit ook op korte en lange termijn met zich mee kan brengen. Het benoemen van de grenzen van een behandelplan, zoals bijvoorbeeld de start van bepaalde anticonceptie omwille van PMOS, gebeurt in mijn ervaring te weinig in onze huidige zorg. De pil neemt bijvoorbeeld niet per definitie metabole, endocriene of inflammatoire processen weg die binnen jouw PMOS-beeld een rol kunnen spelen. Dat is ook waarom sommige vrouwen na het stoppen merken dat hun oorspronkelijke cyclusproblemen of andere klachten opnieuw zichtbaar worden.
Hormonale anticonceptie kan bovendien een invloed hebben op wat we later hormonaal proberen te onderzoeken. Ze kan onder andere SHBG verhogen en de androgenenproductie onderdrukken, waardoor androgenen moeilijker te interpreteren zijn in je bloedonderzoeken. Zo lijkt het beeld precies helemaal opgeklaard en lijkt je PMOS aangepakt, maar is dat eigenlijk een masker die werd opgezet. Ook AMH en het antrale follikelbeeld kunnen beïnvloed worden. Dat wil niet zeggen dat je daarom geen hormonale anticonceptie mag gebruiken. Het betekent vooral dat je moet weten wat een behandeling doet, wat ze niet doet en welke invloed ze heeft op het beeld dat we daarna proberen te beoordelen.
Kijk ook naar wat jouw PMOS kan triggeren
Hier ligt een belangrijk verschil tussen alleen behandelen wat zichtbaar is en proberen te begrijpen waarom bepaalde klachten in eerste instantie zijn opgekomen en waardoor de PMOS getriggerd wordt. In mijn boek PMOS ontcijferd besteed ik daarom uitgebreid aandacht aan mogelijke oorzaken, triggers en onderhoudende factoren. Insulineresistentie krijgt daarin een belangrijke plaats, maar ze is zeker niet het enige spoor. Ook de schildklier, bijnieren, chronisch laaggradige ontsteking, prolactine en blootstelling aan hormoonverstorende stoffen kunnen binnen het bredere verhaal relevant zijn.
Dat betekent uiteraard niet dat iedere vrouw met PMOS automatisch een probleem heeft met haar schildklier, bijnieren, darmgezondheid of ontstekingsgraad. En al helemaal niet dat je na je diagnose een boodschappenlijst met twintig onderzoeken en evenveel supplementen nodig hebt. Het betekent wél dat je gericht verder kunt kijken wanneer je klachten, voorgeschiedenis of onderzoeken daar aanleiding toe geven.
Precies daarin zit voor mij het verschil tussen een label plakken op jouw klachten en inzicht verwerven in jouw volledig klachtenbeeld (en de waarom erachter): welke denkpistes zijn bij deze vrouw relevant, welke behandelopties horen daarbij en waar overlappen die verschillende sporen?
Een goed PMOS-zorgplan is breder dan medicatie
En dan komen we bij een deel van de behandeling dat soms als iets bijkomstigs of als een extraatje wordt gezien: levensstijl. Voeding, beweging, slaap, rust en stressregulatie kunnen allemaal onderdeel worden van een zorgplan.Ook complementaire vormen van begeleiding kunnen een mooie plaats hebben in je breder plan, waaronder kinesitherapie, osteopathie, psychologische en seksuologische ondersteuning, yoga en acupunctuur. Voor sommige interventies is de wetenschappelijke onderbouwing sterker dan voor andere. Dat onderscheid moeten we eerlijk blijven maken. Positieve signalen uit kleinere onderzoeken zijn nog geen bewijs dat iets voor iedere vrouw met PMOS werkt.
Maar complementair betekent voor mij ook niet: in plaats van reguliere zorg. Het betekent dat verschillende vormen van zorg naast elkaar kunnen bestaan wanneer ze een zinvolle plaats hebben binnen hetzelfde plan.
Je behandelplan mag veranderen wanneer jij verandert
Een lichaam blijft niet stilstaan… Dus de manier waarop PMOS-klachten bij jou tot uiting komen staat ook niet stil. Wat je op je zestiende nodig hebt vanwege acne en een onregelmatige cyclus, hoeft niet hetzelfde te zijn als wat je op je dertigste nodig hebt wanneer je zwanger wilt worden. En wat tijdens je vruchtbare jaren op de voorgrond staat, kan later opnieuw veranderen.
Ook je verwachtingen veranderen, samen met je draagkracht en je omgeving of dagdagelijkse gewoontes. Daarom hoort opvolging voor mij automatisch ook bij de behandeling. Niet alleen controleren of een waarde verbeterd is en daarna zomaar loslaten, maar op bepaalde momenten opnieuw naar het geheel gaan kijken of af en toe eens bijsturen, kan een grote meerwaarde zijn. Durf jezelf dat ook af te vragen: Werkt het behandelplan nog? Zijn je klachten veranderd? Zijn er nieuwe prioriteiten? Kunnen bepaalde interventies worden afgebouwd? Moet er ergens net verder onderzocht worden?
De wetenschappelijke literatuur laat bovendien steeds duidelijker zien dat één interventie bijna nooit het volledige verschil maakt. Het zijn de combinatie van interventies, de gerichtheid waarmee ze worden ingezet en hun onderlinge interacties die belangrijk worden. Idealiter werken de zorgverleners die je nodig hebt dan ook niet als losse eilandjes, maar als delen van hetzelfde traject.
Dus: wat is dé behandeling voor PMOS?
Die vraag zou ik eigenlijk willen uitgommen. Het is misschien beter om ons af te vragen: wat is op dit moment het beste behandelplan voor míjn PMOS-beeld? Wat voelt op dit moment goed voor jou? En kreeg je van alle mogelijke behandelplannen ook alle voor- en nadelen mee? Heb je die informatie en dat inzicht ontvangen?
Jouw eerste to do wanneer je een behandelplan voorgesteld krijgt, is daarom om even na te vragen met welk doel dit wordt opgesteld en of dit doel past bij wat jij voor ogen had. Is het vooral bedoeld om symptomen te verminderen?
Worden mogelijke onderhoudende factoren daarnaast onderzocht of aangepakt? Is er aandacht voor je metabole gezondheid? Voor je cyclus? Voor je mentale en seksuele gezondheid? Voor voeding, beweging, slaap en stress? En past het volledige plan eigenlijk binnen jouw leven, tempo en draagkracht?
En wordt hormonale anticonceptie voorgesteld, dan mag je daar nog enkele vragen naast leggen: Waarom wordt precies deze vorm voorgesteld? Welk symptoom proberen we ermee te behandelen? Wat mag ik verwachten dat hierdoor verbetert? Wat verandert hierdoor waarschijnlijk níét? Welke mogelijke neveneffecten en individuele risico’s zijn voor mij relevant? En wat is het plan wanneer ik er later opnieuw mee wil stoppen? Want een behandelplan kan op papier nog zo indrukwekkend of veelbelovend zijn, als je het niet kunt volhouden, of als het niet het doel nastreeft dat jij voor ogen had, past het niet bij jou.
Ja, de anticonceptiepil kan dus deel uitmaken van goede PMOS-zorg, net zoals andere medicatie dat kan. Maar ook levensstijlaanpassingen, psychologische begeleiding, voedingsadvies of complementaire zorg kunnen een mooie plek hebben in je behandelplan.
Lees meer over hoe je een passend behandelplan samen met je zorgverlener kunt samenstellen in het boek PMOS ontcijferd.